Veiligheid begint waar het ongemakkelijk wordt

25 november 2025

Stond je erbij en keek je ernaar?
Er zit een meisje tegenover me in de metro in Londen. Een jaar of zes, nieuwsgierig, handen die alles willen aanraken. Haar vader duwt haar steeds terug in het bankje. Eerst met woorden, daarna met harde gebaren. Ik voel mijn kaak vastschieten en mijn adem omhoog gaan.

Niet omdat ik haar niet ken, maar omdat ik haar al zo vaak in andere vormen ben tegengekomen:

  • als reclassant die agressief werd omdat niemand zijn dwangklachten serieus nam
  • als vrouw in een relatie die stap voor stap kleiner werd gemaakt
  • als CEO die alles kan, maar vanbinnen alleen nog de stem van een kritische ouder hoort

Ik greep niet in. Want ik herkende persoonlijke pijn uit mijn eigen leven. Ingrijpen kan betekenen dat je de situatie verder escaleert en de gevolgen voor het meisje niet kunt inschatten. Ook dat is persoonlijk leiderschap: weten wat in een bepaalde context de beste optie is.

Maar in al die verhalen draait het om hetzelfde: iemand probeert zich staande te houden in een omgeving die onveilig voelt, terwijl de buitenwereld vooral kijkt naar gedrag dat “lastig” is.

Dat is precies waar psychologische veiligheid begint: niet altijd bij de vraag of iemand “sterk genoeg” is, maar bij de vraag wie ziet wat er onder die spanning ligt.

Van incident naar onderstroom
Vorige week mocht ik bij het ministerie van OCW een lezing geven tijdens de Week van de Integriteit. De uitnodiging kwam onder andere van een integriteitsonderzoeker. Niet voor een “leuke lezing”, maar met een serieuze vraag eronder:

Hoe zorgen we dat medewerkers zich kunnen uitspreken bij intimidatie, grensoverschrijdend gedrag of subtiele druk, zonder dat we het probleem weer bij het individu neerleggen of aan victim blaming doen?

Maar óók vroeg ik: hoe zorgen we ervoor dat een medewerker eerst reflecteert op de manier waarop hij of zij spanning reguleert, en of de perceptie van intimidatie soms voortkomt uit persoonlijke copingmechanismen of wrokgevoelens?

Psychologische veiligheid is een hot topic. Maar eerlijk is eerlijk: het komt vaak pas op tafel wanneer er iets misgaat.

  • een melding van seksuele intimidatie
  • een onderzoek naar machtsmisbruik
  • een team dat vastloopt na jaren van weggelachen opmerkingen

Dan komen de rapporten, protocollen, mandatory trainingen, klachtenlijnen en meldpunten. Nodig, maar niet voldoende.

Want niemand voelt zich veiliger doordat er nóg een systeem bijkomt, als in de dagelijkse interacties niets verandert.

Zoals ik in mijn lezing zei: De psychologische veiligheid wordt niet bedreigd door de afwezigheid van beleid, maar door de overaanwezigheid van rationaliteit.

We praten, analyseren en monitoren, maar vergeten te kijken naar wat spanning in een gesprek ons al vertelt.

Weerbaarheid is niet: harder worden
Na afloop stuurde Saties Hoeblal mij een mooie reflectie over de lezing:

“Vooral het inzicht dat niet reageren soms veiliger is dan direct ingaan op wat je ziet, kwam binnen. Ik herkende situaties uit mijn werk waarin escalatie juist dáár begon.”
Weerbaarheid wordt vaak verward met harder worden. Met “je niet aanstellen”, “steviger in je schoenen staan”, “beter incasseren”.

Maar echte weerbaarheid ziet er anders uit:

  • jezelf niet verliezen in het gedrag van de ander
  • spanning kunnen dragen zonder meteen in je reflex te schieten
  • kunnen voelen wat er in jou gebeurt, en toch één bewuste stap zetten — ook als dat betekent dat je moet ingrijpen of een melding moet maken

Dat leerde ik zelf niet in een training, maar in gesprekken waarin ik werd getest, gemanipuleerd of geïntimideerd, soms zelfs door collega’s binnen de overheid. Ik bleef letterlijk aan tafel zitten, maar ik koos hoe ik aanwezig wilde blijven. Niet meebewegen met de intentie van de ander, maar scherp blijven op wat gedrag mij vertelde.

Weerbaarheid is dan niet “terugslaan”. Weerbaarheid is: jezelf niet kwijtraken.

Omstander of bijstander bij grensoverschrijdend gedrag
Toch gaat psychologische veiligheid nooit alleen over degene die spanning voelt. Het gaat ook over de mensen eromheen.

Iedereen in organisaties kent situaties als deze:

  • een collega die lacht om een “grap” die eigenlijk niet grappig is
  • discussies over inclusiviteit of culturele of politieke overtuigingen die te hard binnenkomen
  • een medewerker die dichtklapt wanneer iemand met meer macht binnenkomt
  • een leidinggevende die harder en scherper wordt terwijl zijn adem steeds hoger zit
  • die ene mail met passief-agressieve ondertoon waar niemand iets van zegt

Bij intimidatie, seksueel getinte opmerkingen of subtiele vernederingen zie je vaak hetzelfde patroon: niemand vindt het oké, maar niemand grijpt in.

Niet omdat mensen slecht zijn, maar omdat hun brein bezig is met overleven:

Is het veilig om hier iets van te zeggen, of ben ik dan de volgende?

Daar zit precies het verschil tussen een omstander en een bijstander:

  • De omstander ziet spanning en doet niets, of herkent de verborgen signalen niet — zoals ik ze in mijn boek beschrijf.
  • De bijstander ziet spanning en doet één kleine interventie.

Dat kan iets kleins zijn:

“Zullen we dit gesprek even pauzeren?” “Ik heb het idee dat dit spanning oproept, klopt dat?” “Wat mij betreft gaan we hier niet op deze toon verder.”

Geen groot moreel statement, maar een micro-interventie die laat voelen: je staat hier niet alleen.

Wat het ministerie liet zien: het gaat om gedrag, niet alleen om beleid
In onderzoek naar sociale veiligheid in het openbaar bestuur wordt het al benoemd: veiligheid hangt sterk samen met leiderschap, voorbeeldgedrag en samenwerking. Bij het Rijk - en dus ook bij alle ministeries - wordt veiligheid lager ervaren, mede door politieke druk en hiërarchie.

Dat zie ik in de praktijk terug:

  • leidinggevenden die wel willen luisteren, maar nooit hebben geleerd hoe je met emotie of weerstand omgaat
  • teams die meldpunten hebben, maar niet weten wat ze moeten doen als iemand blokkeert of in tranen uitbarst
  • medewerkers die integriteit belangrijk vinden, maar hun eigen spanning niet herkennen wanneer er macht in de ruimte staat
  • Daarom werk ik in mijn trainingen met drie lagen van de GIN-methode:
  1. Gedragsanalyse en non-verbale assessment Zien wat spanning laat zien in adem, blik, lichaam en interactie.
  2. Interactievaardigheden Weten welke gespreksinterventie past bij welke situatie: geen truc, maar een repertoire.
  3. Non-verbale intelligentie Omgaan met weerstand, emotie en macht, zonder de ander of jezelf kwijt te raken én op het juiste moment de juiste interventie inzetten.

Dat is geen trukendoos. Het is oefenen in menselijkheid onder druk.

Voor organisaties die niet willen wachten op het volgende incident
De lezing smaakte duidelijk naar meer. In de vragen na afloop hoorde ik dezelfde onderstroom terug als in de metro in Londen:

  • “Hoe herken ik bij mezelf dat ik in de stress schiet, voordat ik te hard word?”
  • “Wat kan ik doen als ik (Verborgen) Signalen zie die kunnen duiden dat iemand anders wordt overschaduwd?”
  • “Hoe zorg ik dat ik niet verval in victim blaming, maar ook niet alles bij het systeem leg?”
  • “Wanneer kan ik mij beter wel uitspreken of een melding doen?”

Daarom bied ik dit onderwerp nu aan als:

  • Incompany traject psychologische veiligheid en weerbaarheid
    Voor organisaties die spanning, grensoverschrijdend gedrag en macht niet alleen in protocollen willen regelen, maar in dagelijkse gesprekken willen herkennen en beïnvloeden.
  • Open trainingen, lezingen en workshops (bij voldoende interesse)
    Voor professionals die individueel willen leren hoe je spanning leest, ermee omgaat en op een gezonde manier intervenieert.

Als dit onderwerp bij je resoneert…
Laat het me weten. Werk je in een team, organisatie of ministerie waar spanning soms onder de tafel blijft? Of wil je zelf leren hoe je spanning beter kunt lezen en ermee kunt interveniëren?

Stuur me gerust een bericht of reactie. Lezingen en workshops kunnen worden aangevraagd via Speakers Academy® 

Ik denk graag mee: voor jou, voor je team of voor jullie organisatie.

En wie weet openen we binnenkort de eerste open training, als er voldoende mensen zijn die zeggen: “Dit hebben we nodig.”