Een casestudy: Over Emoties, steunbewijs en victimblaming

1 april 2026

Alib

De afgelopen dagen zag ik hoe één fragment uit een talkshow een bredere discussie losmaakte. Niet alleen over een specifieke zaak, maar over iets fundamentelers: hoe wij in het recht omgaan met gedrag, emotie en bewijs.
 
In de rechtbank wordt soms gekeken naar zichtbare emoties als steunbewijs. Op het eerste gezicht lijkt dat logisch. Emoties horen zichtbaar te zijn als iemand iets ingrijpends heeft meegemaakt; dat is in ieder geval de impliciete aanname.
 
Maar die aanname klopt niet.
 Wat we zien, is gedrag. En gedrag is geen directe vertaling van een interne emotionele staat. Het is contextafhankelijk, beïnvloed door stress, rol, omgeving en de relatie tot anderen. Wie gedrag gelijkstelt aan emotie, maakt een fundamentele denkfout. En precies daar ontstaat het risico.
 
Wanneer zichtbare emotie wordt gebruikt als maatstaf voor geloofwaardigheid, verschuift de focus ongemerkt van wat iemand heeft meegemaakt naar hoe iemand zich gedraagt. Dat is niet alleen methodologisch zwak, maar opent ook de deur naar victimblaming.
 
In mijn werk zie ik dit patroon vaker terug. Hoe zekerder mensen zijn van wat ze “zien”, hoe groter het risico dat ze te snel conclusies trekken. Zeker in contexten waar druk, belangen en interpretatie samenkomen, zoals in de rechtszaal. Wat deze casus extra interessant maakt, is dat er eigenlijk twee discussies door elkaar lopen.
 
Enerzijds is er de juridische werkelijkheid: uitspraken van de Hoge Raad geven richting en worden (terecht) gevolgd door professionals in het veld. Anderzijds is er de psychologische werkelijkheid: hoe emoties werken, hoe gedrag zich manifesteert en hoe beperkt onze waarneming daarin is. Wanneer die twee werelden onvoldoende op elkaar aansluiten, ontstaat er frictie.
 
En die frictie zien we nu.
 Het roept een bredere vraag op die verder gaat dan deze zaak alleen: in hoeverre worden juridische kaders gevoed door actuele gedragswetenschappelijke inzichten? En wat gebeurt er als dat onvoldoende het geval is?
 
In mijn ervaring wordt expertise in dit domein nog te vaak beoordeeld op formele structuren en registers, terwijl juist praktijkervaring en gedragskundige verdieping essentieel zijn om dit soort vraagstukken zorgvuldig te duiden. Dat is geen verwijt, maar wel een systeemvraag.
 
Een vraag die raakt aan vertrouwen.
Van burgers.
Van slachtoffers.
En van professionals die dagelijks met deze complexiteit werken.
 
Want als we gedrag blijven verwarren met emotie en zichtbaarheid met waarheid, dan trekken we conclusies op basis van een onvolledig beeld. En dat heeft gevolgen.
 
In mijn boek Verborgen Signalen ga ik dieper in op hoe gedrag wél geïnterpreteerd kan worden, zonder te snel te concluderen.
 
Mijn hoop is dat we dit gesprek blijven voeren. Niet vanuit overtuiging, maar vanuit nieuwsgierigheid en de bereidheid om te blijven leren.
 
Want juist daar begint verbetering.
 
Ik heb op alle social media een video geplaatst:
Instagram
Linkedin
Youtube
 
Het hele fragment bij Paul en de Wit vind je hier.